Natuurgebieden

Valkenswaard wordt letterlijk omringd door prachtige natuurgebieden. Zo vindt u ten oosten van Valkenswaard het Leenderbos en in het noordoosten de vennen van de voormalige viskweekvijvers. Ook het zuidelijk Hageven Plateaux en natuurlijk De Malpie zijn bijzonder fraai.

 

Het Leenderbos

Het Leenderbos is ongeveer 2000 hectare groot en wordt jaarlijks door zo’n miljoen mensen bezocht. Het bos bestaat voornamelijk uit naaldbomen en er leven veel verschillende vogels waaronder de nachtzwaluw, de roerdomp, de wespendief en de ijsvogel. Verder wordt het bos bevolkt door reeën, vossen, hazen en konijnen. In het Leenderbos kan natuurlijk volop gewandeld en gefietst worden. Er zijn ook veel ruiterpaden die bovendien geschikt zijn voor koetsen.

De Malpie


Natuurreservaat De Malpie en de Malpiebergse Heide zijn dé trots van Valkenswaard. Het reservaat herbergt vele grote en kleine vennen in een landschap waarin bosgebied overgaat in heidevelden en andersom. U kunt er prachtig wandelen en er loopt een mooi aangelegd fietspad doorheen. Op de rivier de Dommel wordt in de zomer veel gekanood.

Hageven Plateaux


Op de grens van Vlaanderen en Nederland ligt een aantrekkelijk natuur- en wandelgebied met bossen, vijvers, vennen, heide en landbouwgrond. Het hoger gelegen Nederlandse deel wordt de Plateaux genoemd, het lager gelegen Vlaamse deel heet het Hageven. De vele verschillende biotopen die het gebied herbergt, maken een bezoek de moeite meer dan waard.

Drie bruggen

In 2006 is de natuurlijke loop van het riviertje de Tongelreep hersteld. Er is een vistrap aangelegd om het gebied beter leefbaar te maken voor vissen en je kunt er prachtig wandelen. Al wandelend stuit je op twee vogeluitkijktorens. Op de infopanelen in het Tongelreepdal treft u beschrijvingen aan van de vele vogels in dit gebied.

Voormalige viskweekvijvers


In 2005 zijn de visvijvers overgedragen aan Brabant Landschap, een stichting die ijvert voor het behoud van natuur- en landschapsschoon in Noord-Brabant.
Oorspronkelijk waren de vennen, met veen opgevulde, droge meertjes. Door de verwijdering van het veen liepen de vennetjes weer vol. In de loop van de tijd werden ze onder meer gebruikt voor het kweken van vis. Nu is dit waterrijke gebied een paradijs voor de vogelliefhebber. U treft hier vier categorieën vogels aan. Op de eerste plaats de visetende vogels zoals de aalscholver, de visarend en de blauwe reiger. Maar ook de vogels die worden aangetrokken door grote wateroppervlakten, omdat ze zich dan veilig voelen, vertoeven hier graag. Het zijn eendachtigen, de grauwe gans en de knobbelzwaan. Tot de derde categorie behoren de vogels die profiteren van de tijdelijk droogvallende slikken om bodemdiertjes te verschalken. Denk aan het witgatje, de oeverloper, de kievit en steltlopers zoals de tureluur, de zwarte ruiter en de kemphaan. Tenslotte bevindt zich in dit gebied nog een categorie vogels die
zich verschuilt in het oeverriet en die het oeverriet ook gebruikt om te broeden zoals de roerdomp, het woudaapje, de waterral en de kleine karekiet.